Drieslag, vierslag, zesslag, ... met of zonder braakligging, met of zonder specifieke bemesting, linksom, rechtsom,... zoveel keuze (en wellicht nog meer) als je wil gaan wisselenteelten of rotatieschematiseren. "Allez jong, da's gelijk dat ze dat vroeger deden", krijg ik wel eens als reactie, bijna alsof het iets vies is. Ik herinner me inderdaad ook nog de geschiedenisles waar vertelt werd hoe 'den boer nooit dezelfde gewassen op dezelfde percelen teelde, en ook af en toe een perceel liet rusten want dat was beter ...'. In onze moestuinen zijn die percelen tegenwoordig hoogstens perkjes, of virtuele stippellijnen op een lapje grond.
Hoe klein je tuin ook is, zo vies en onzinnig is het niet om aandacht te hebben voor deze "oude" techniek. Maar welke versie moet je kiezen ? Monty Don beschrijft er in zijn boek 'the complete gardener' 3,
Bart,
ZsaZsa en
Velt beschrijven er 6, ik doe het met "twee keer vier plus één" (Twee maal drie is vier Wiedewiedewiet en twee is negen ... vem är jag ?? Nej, inte Annika eller Tommy).
Vooral omdat het me (esthetisch) goed uitkwam om 9 vakken te hebben heb ik nu dus twee cycli van 4 en daartussen de serre die als één treintje van 9 over de moestuin rollen (hmm, in een klein stationnetje stonden maar 7 wagentjes... natuur-ouder worden doe je blijkbaar niet risicoloos).
De serre gaat dus mee rond, om die reden heb ik speciaal een verplaatsbare semi-professionele-amateur-serre gekozen. Verplaatsbaar is wel relatief (de serre is niet gemaakt van blaaspijpkes) : een man of vier van mijn kaliber zijn toch wel het minimum. Anderszijds is het ook niet onoverkomelijk want verder dan 7,20 m (serre+pad) moeten we normaal niet stappen. Zaterdag was het weer zover (het zoveelste 'echte' begin van het seizoen) en twee minuten later was het al weer achter de rug (een kleine correctie achteraf niet meegerekend). Het meeste van de zaterdag is opgegaan aan het borrelen tijdens de aprés-fui, vrijwilligers voor volgend jaar kunnen nu al intekenen.
Er zijn heel wat redenen om te kiezen voor een rotatieschema. Eén van de voornaamste argumenten is om te voorkomen dat zelf je kwalen opbouwt in de bodem, en de twee belangrijkste spelers zijn daar aardappelen en kolen. Het is geen drama als er eens iets op een "verkeerd" vak terecht komt maar die standplaatsen probeer ik dus wel wat meer aandacht te geven. Ik ben uitgegaan van een klassieke vierslag : aardappelen <- peulen <- kolen <- wortel/ui. Eén perk kolen volstaat (6x4), dus die komen in principe pas over negen jaar weer op dezelfde plek. Aardappelen heb ik altijd te veel dus die kleuren soms wel wat buiten de lijntjes. De peulen komen voor de kolen omdat zij zelf stikstof fixeren in de grond die dan (als je de wortels in de grond achterlaat tenminste) gebruikt zou kunnen worden door de gulzige kolen. Ze komen na de aardappelen omdat ze dan nog profiteren van de bemesting op de aardappelen. Wortelgewassen en uien hinken achterop omdat ze het beter doen in grond die niet meer te vers bemest is.
Welk x-slag systeem je ook kiest, meestal zijn de groepen grotendeels gelijk. Soms verschilt de volgorde van de groepen zelfs; ofwel zijn sommige bronnen niet erg betrouwbaar, ofwel steekt het niet zo nauw.
Om het nog allemaal wat complexer te maken kan je nog specifiek bemesten en combinatieteelten : plantjes combineren die het beter samen doen dan apart maar daarvoor moeten sommige planten in vakken waar ze eigenlijk niet "horen" te staan. Als je het allemaal niet zo ziet zitten let dan maar gewoon op de aardappelen en de kolen, zorg ervoor dat het een jaar of 3, 4 duurt voor ze weer op eenzelfde plaats komen (en mesten op kolen en aardappelen, kalken op de rest)
(Een bijkomend, volledig triviaal, voordeel om de serre mee te wisselen is dat je precies kan terugrekenen wanneer een luchtfoto precies is gemaakt ;-)).

Het zoveelste 'echte' begin van het seizoen is ook het kammen van het gazon. Het is handig dat de serre daarbij op haar nieuwe plaats staat dan kan al het 'afval' droog in de serre, (zoals met alle 'rommel' kan je maar beter proberen zo weinig mogelijke tijdelijke stalplaatsen te voorzien). Het merendeel zal daar ook blijven als mulch maar er was weer meer dan genoeg voor nog een laagje hier of daar (dus afval en rommel zijn in deze niet de allerbeste metaforen).
Kammen, of verticuteren voor de mondgymnasten, is altijd 'een beetje' werk om het te doen maar het ziet er ook onmiddelijk beter uit en dat likt de wonde voldoende. Ik heb horen vliegen dat ik volgend jaar ook weer kan rekenen op mijn helpertjes, de blog is mijn getuige...
Labels: kammen, rotatieschema, verticuteren, wisselteelt